Successieplanning via het huwelijkscontract: Wat is een huwelijksvoordeel?
In de complexe wereld van vermogensplanning wordt vaak gegrepen naar de schenking als primair instrument. Toch biedt het Belgische huwelijksvermogensrecht een minstens even krachtig alternatief: het huwelijksvoordeel.
Hoewel een huwelijksvoordeel de langstlevende echtgenoot aanzienlijk kan bevoordelen, wordt het civielrechtelijk niet als een schenking beschouwd. Dit onderscheid heeft verstrekkende gevolgen voor zowel de erfbelasting als de bescherming van de reservataire erfgenamen.
In deze blog lichten wij toe wat een huwelijksvoordeel precies is, waarom het juridisch afwijkt van een schenking en hoe dit kan worden ingezet in een performante successieplanning.
Wat is een huwelijksvoordeel?
Een huwelijksvoordeel is een voordeel dat een echtgenoot verkrijgt uit de werking, samenstelling of verdeling van het huwelijksvermogensstelsel. De wettelijke basis hiervoor is terug te vinden in art. 2.3.52 van het Burgerlijk Wetboek.
Echtgenoten die gehuwd zijn onder een stelsel van gemeenschap kunnen immers afwijken van de regel dat de gemeenschap bij ontbinding (doorgaans door overlijden) bij helften wordt verdeeld.
Veel voorkomende voorbeelden zijn:
- Het verblijvingsbeding: De volledige huwelijksgemeenschap verblijft aan de langstlevende.
- Het beding van ongelijke verdeling: De langstlevende krijgt bijvoorbeeld drie vierden van de gemeenschap.
- Het keuzebeding: De langstlevende mag zelf kiezen welke goederen hij of zij uit de gemeenschap wenst toe te bedelen.
Waarom is het geen schenking?
Huwelijksvoordelen worden beschouwd als contractuele afspraken tussen echtgenoten als "vennoten". Zij worden geacht te zijn aangegaan onder bezwarende titel (om baat), waarbij een zeker evenwicht wordt nagestreefd . Er is in principe geen sprake van een "animus donandi" (vrijgevigheidsoogmerk), maar van een wederzijdse regeling binnen het huwelijk.
Civielrechtelijk heeft dit de volgende gevolgen:
- Geen schenkbelasting: Bij het opstellen van het huwelijkscontract is er geen schenkbelasting verschuldigd op de toekomstige toebedeling.
- Geen inbreng of inkorting (in principe): Omdat het geen schenking is, hoeft het voordeel niet te worden ingebracht in de nalatenschap en is het niet onderworpen aan de regels van inkorting door reservataire erfgenamen (kinderen), tenzij de wet expliciet anders bepaalt.
De fiscale realiteit: Het fictief legaat
Hoewel het huwelijksvoordeel civielrechtelijk geen schenking is, heeft de fiscale wetgever een zogenaamde fictiebepaling ingevoerd:
Krachtens artikel 5 van het Wetboek Successierechten (thans ) wordt de toebedeling aan de langstlevende echtgenoot van meer dan de helft van de gemeenschap, op voorwaarde van overleving, voor de erfbelasting gelijkgesteld met een legaat. Dit betekent dat de langstlevende echtgenoot op het "surplus" (alles boven de helft) toch erfbelasting moet betalen.
Het strategisch belang van de "Sterfhuisclausule"
In het verleden werd vaak de "sterfhuisclausule" gebruikt om deze erfbelasting te vermijden. Hierbij werd de gemeenschap toebedeeld aan één specifieke echtgenoot, ongeacht of hij of zij de langstlevende was. Omdat er geen "voorwaarde van overleving" was, vond de fictiebepaling geen aansluiting.
Het Hof van Cassatie bevestigde in een mijlpaalarrest van 10 december 2010 dat een dergelijke clausule civielrechtelijk een huwelijksvoordeel is en geen schenking of contractuele erfstelling . Sindsdien heeft de fiscale wetgever de mazen in het net echter grotendeels gedicht.
Bescherming van de erfgenamen: De grenzen van het huwelijksvoordeel
Hoewel een huwelijksvoordeel in principe geen schenking is, trekt de wet een grens om de kinderen te beschermen, vooral in nieuw samengestelde gezinnen.
Inbreng van eigen goederen (Art. 1464 oud BW / 2.3.54 BW)
Indien een echtgenoot eigen goederen inbrengt in de gemeenschap en deze vervolgens via een huwelijksvoordeel aan de langstlevende toebedeelt, wordt het gedeelte boven de helft van die ingebrachte goederen wél als een schenking beschouwd voor de regels van de inkorting . Dit geldt enkel ter bescherming van de reservataire rechten van de kinderen.
Stiefkinderen (Art. 1465 oud BW / 2.3.55 BW)
De bescherming is nog sterker wanneer er kinderen zijn uit een eerdere relatie. De wet bepaalt dat elk beding in het huwelijkscontract dat de echtgenoot méér toekent dan het "beschikbaar gedeelte", zonder gevolg blijft ten aanzien van het meerdere. Voor stiefkinderen wordt het surplus dus altijd als een schenking behandeld wat betreft hun reserve.
Conclusie
Het huwelijksvoordeel blijft een essentieel instrument voor echtgenoten die elkaar maximale bescherming willen bieden zonder de onmiddellijke kostprijs of de juridische beperkingen van een schenking. Het feit dat het civielrechtelijk geen schenking is, biedt stabiliteit en beschermt de overdracht tegen vorderingen van erfgenamen, althans binnen de grenzen van de wet.
Successieplanning via het huwelijkscontract vereist echter maatwerk. De grens tussen een huwelijksvoordeel en een schenking is soms dun, en de fiscale gevolgen kunnen complex zijn.
Wenst u meer informatie over hoe een keuzebeding of verblijvingsbeding past in uw vermogensplanning? Neem contact op met meester Stijn Braeye. Je kan hem rechtstreeks bereiken via 051 25 25 04 of per e-mail naar braeye@masteradvocaten.be. Meester Braeye staat klaar om je bij te staan met zijn jarenlange ervaring en expertise.
Contacteer Stijn Braeye voor juridisch advies
Terug naar overzicht